dinsdag 13 april 2010
Third court session held for Baha'i leaders in Iran [BWNS]
GENEVA — The seven imprisoned Iranian Baha'i leaders were called to court today in Tehran for a third session in their trial. The hearing was again closed, and no details are available."We know that a session did take place, but we do not have any specific information from reliable sources," said Diane Ala'i, the representative of the Baha'i International Community to the United Nations in Geneva.
"These seven innocent Baha'is will soon enter their third year of imprisonment," she said. "At the very least, they should have been released on bail pending the outcome of the tortuous judicial process they have been subjected to. This is unacceptable in light of international human rights law."
The seven have been held in Tehran's Evin prison since they were arrested in 2008. No court hearing was held until 12 January this year when they appeared in Branch 28 of the Revolutionary Court and charges were read.
Accusations include espionage, propaganda activities against the Islamic order, and "corruption on earth."
A second court session on 7 February was largely procedural.
The seven defendants are Mrs. Fariba Kamalabadi, Mr. Jamaloddin Khanjani, Mr. Afif Naeimi, Mr. Saeid Rezaie, Mrs. Mahvash Sabet, Mr. Behrouz Tavakkoli, and Mr. Vahid Tizfahm. Mrs. Sabet was arrested on 5 March 2008 and the others on 14 May 2008.
They have categorically denied all the charges.
Source @ news.bahai.org
Iran's treatment of Baha'is criticized at FIU [The Miami Herald]

Read more @ www.miamiherald.com
zondag 28 februari 2010
Tweede zitting proces Iraanse baha'i-leiders opnieuw achter gesloten deuren
De zeven zijn twee jaar geleden gearresteerd en worden sinds die tijd gevangen gehouden in de Evin-gevangenis van Teheran. In het eerste jaar kregen ze geen formele aanklacht te horen en bijstand van advocaten werd hen ontzegd. Nadat de procesdatum een aantal keren was uitgesteld, startte het proces officieel op 12 januari dit jaar. De eerste zitting vond achter gesloten deuren plaats. Uit berichten in de Iraanse staatsmedia bleek dat de aanklacht tegen de bahá'í-leiders luidde: spionage; propaganda tegen de islamitische orde; het opzetten van een illegale organisatie; collaboratie met Israël; het versturen van geheime documenten naar het buitenland, de veiligheid van het land te verstoren en van corruptie op aarde. Al deze beschuldigingen zijn door de internationale bahá'í-gemeenschap stelselmatig van de hand gewezen.
De gearresteerde groep bestaat uit mevrouw Fariba Kamalabadi, de heer Jamaloddin Khanjani, de heer Afif Naeimi, de heer Saeid Rezaie, de heer Behrouz Tavakkoli, de heer Vahid Tizfahm en mevrouw Mahvash Sabet.
De internationale bahá'í-gemeenschap stelt alles in het werk om de zorgelijke ontwikkelingen in Iran aan de kaak te stellen. Overheden en mensenrechtenorganisaties zijn op de hoogte gesteld.
De Nationale Geestelijke Raad
Bahá'ís veroordelen gebrek aan eerlijke rechtsgang in Iran
‘Het gebruik van gedwongen bekentenissen en het ontzeggen van juridische bijstand weerspiegelen de groeiende aanslag op mensenrechten door de Iraanse autoriteiten’, aldus Bani Dugal, die de internationale bahá'í-gemeenschap vertegenwoordigt bij de Verenigde Naties in New York.
Afgelopen zaterdag begon het proces tegen de zestien aangeklaagden in Iran. Zij worden er klaarblijkelijk van beschuldigd deel te hebben genomen aan demonstraties tijdens Ashura op 27 december jl. De BIC beschikt niet over feiten over de personen uit deze groep, maar kan wel bevestigen dat uit overheidsrapporten blijkt dat één van de zestien, die wordt aangeduid met de initialen ‘P.F’, een bahá'í is.
Sinds de onlusten na de Iraanse presidentsverkiezingen in juni 2009 zijn er showprocessen gehouden, waarin aangeklaagden werden gedwongen belastende verklaringen tegen zichzelf af te leggen. Deze zogenaamde ‘bekentenissen’, die nu ook aan ‘P.F.’ worden toegeschreven, hebben het Iraanse bewind nationaal en internationaal in diskrediet gebracht. Het is algemeen bekend dat dergelijke bekentenissen worden verkregen door gevangenen zwaar onder druk te zetten, hen eten en nachtrust te ontzeggen, zogenaamd executies uit te voeren, hun families te bedreigen of erger. In plaats van de verantwoordelijkheid voor de onlusten op zich te nemen, probeert de Iraanse overheid de schuld via showprocessen bij onschuldige burgers en anderen te leggen.
Ondanks het feit dat de autoriteiten beweerden dat de processen openbaar zouden zijn, worden zelfs familieleden van de aangeklaagden niet op de hoogte gebracht van het proces. De persoon die wordt aangeduid als ‘P.F.’ werd op 3 januari in Teheran gearresteerd, samen met negen andere bahá'ís. Hij heeft geen contact kunnen opnemen met familieleden, een advocaat werd niet toegelaten en evenmin mocht hij zijn eigen verdediger kiezen. De door de overheid aangewezen advocaat deed niets meer dan het accepteren van de ‘bekentenis’ van zijn cliënt en diende slechts een pro forma verzoek voor clementie in.
De Iraanse overheid is zeer goed op de hoogte van het feit dat in het Bahá'í-geloof het fundamentele principe geldt dat bahá'ís zich niet mengen in politieke zaken, of dat nu lokale, nationale of internationale politiek betreft. Vandaar ook dat de arrestatie van tien bahá'ís op 3 januari en de daarop volgende beschuldigingen van deelname aan de demonstraties tijdens Ashura een complete verrassing waren voor de bahá'í-gemeenschap. De beschuldigingen tegen de bahá'ís zijn vals. Het duidt andermaal op een systematische campagne van de Iraanse autoriteiten, gericht op het elimineren van de bahá'í-gemeenschap in hun land.
Bahá’í International Community doet nu een beroep op iedereen, maar met name op overheden en mensenrechtenorganisaties, om krachtig te protesteren tegen de schending van mensenrechten in Iran, waarvan dit proces het meest recente voorbeeld is.
Nieuwe procesdatum Iraanse bahá’ís 7 februari 2010, bezorgdheid neemt toe
De aanklacht tegen de bahá'í-leiders luidt: spionage ten gunste van buitenlanders; het verspreiden van propaganda tegen de overheid; het opzetten van een illegale organisatie, collaboratie met Israël, het verzamelen van geheime documenten en de verspreiding ervan naar het buitenland, met als doel de veiligheid van het land te verstoren; het samenzweren om de binnenlandse en buitenlandse veiligheid van Iran te ondermijnen en de internationale reputatie van het land te bezoedelen en het verspreiden van corruptie op aarde. Al deze beschuldigingen zijn door de internationale bahá'í-gemeenschap nu en eerder stelselmatig van de hand gewezen.
De laatste ontwikkelingen lijken aan te geven dat de autoriteiten in de zaak van de zeven bahá'í-leiders een verband proberen te leggen met de arrestatie van tien bahá'ís op 3 januari van dit jaar. Zij werden aangehouden op beschuldiging van deelname aan de recente demonstraties in Iran. Het gaat om Leva Khanjani, kleindochter van Jamaloddin Khanjani (een van de zeven leiders) en haar man Babak Mobasher, Jinous Sobhani, voormalig secretaresse van Nobelprijswinnares Shirin Ebadi en haar man Artin Ghazanfari, de broers Mehran Rowhani en Farid Rowhani, Payam Fanaian, Nikav Hoveydaie en Ebrahim Shadmehr en zijn zoon Zavosh Shadmehr. Sinds hun arrestatie hebben familieleden slechts één keer kort telefonisch contact met hen gehad. Een van hun celgenoten informeerde na zijn vrijlating de betrokken families dat ze zijn overgebracht naar de Gohardasht-gevangenis in Karaj. De familieleden brachten vervolgens kleding en geld naar die gevangenis, met het verzoek om ze aan de gevangen gehouden bahá'ís te geven. Alleen het geld werd geaccepteerd door de autoriteiten, de kleding niet.
De verdachtmaking dat de tien bahá'ís betrokken waren bij de organisatie van protesten tijdens de viering van Ashura, werd de afgelopen tijd breed uitgemeten in de Iraanse massamedia. Het is niet bekend of een van de tien inderdaad aanwezig was bij de demonstraties, maar de aantijging dat zij bij de organisatie van de onlusten betrokken waren, in bezit waren van wapens en in opdracht handelden van bahá'í-instituten wordt door de internationale bahá'í-gemeenschap krachtig tegengesproken. De zorg is nu dat de autoriteiten zullen proberen de tien gedwongen te laten ‘bekennen’ dat ze betrokken waren bij de demonstraties en daartoe waren aangezet door de bahá'í-leiding. Dit laatste is feitelijk onmogelijk, omdat de zeven bahá'í-leiders al twee jaar gevangen zitten en contact met hen niet of nauwelijks mogelijk was.
De internationale bahá'í-gemeenschap zal de komende dagen alles in het werk stellen om de zorgelijke ontwikkelingen in Iran aan de kaak te stellen. Overheden en mensenrechtenorganisaties zullen op de hoogte worden gesteld. In Nederland loopt een petitie, te vinden op www.petitiebahaisiran.nl, waar men door te ondertekenen een signaal afgeeft dat men de mensenrechtenbalans hersteld wil zien.
Den Haag, 27 januari 2010
maandag 19 oktober 2009
Rechtszitting tegen zeven iraanse baha'is uitgesteld, geen nieuwe datum bepaald
De rechtszitting tegen de zeven gearresteerde leden van de bahá'í-gemeenschap in Iran, die meer dan 17 maanden gevangen worden gehouden, is opnieuw uitgesteld. Er is geen nieuwe datum vastgesteld. Aanvankelijk leek het proces tegen de voormalige bahá’í-leiders gisteren plaats te zullen vinden. Toen de verdedigers en familieleden van de gevangenen bij de rechtbank arriveerden, werd hun gezegd dat de zitting niet door zou gaan.
De internationale Bahá’í-gemeenschap heeft met grote bezorgdheid gereageerd op deze laatste berichten uit Iran. Mevrouw Diane Ala’i, vertegenwoordigster van de internationale bahá'í-gemeenschap bij de Verenigde Naties in Genève zei gisteren dat de zeven ten onrechte gevangen worden gehouden. Zij drong aan op onmiddellijke vrijlating met een borgsom. De beschuldigingen tegen de zeven zijn “spionage voor Israël, het beledigen van de islam en het voeren van propaganda tegen de Islamitische Republiek”. Ze zijn ook beschuldigd van “het verspreiden van corruptie op aarde”. De bahá’í-gemeenschap noemt de aanklachten vals en volkomen onterecht.
“Het feit dat hun advocaten geen fatsoenlijk bericht hierover ontvingen en dat er geen nieuwe datum is vastgesteld, is een van de vele grove schendingen tegen Iran’s eigen juridische procedures, buiten nog de schendingen van het recht op een eerlijk proces, zoals erkend door internationaal recht, kenmerkte deze zaak vanaf het begin”, aldus mevrouw Ala’i.
De zeven leden van de bahá'í-gemeenschap in Iran zijn vorig jaar (in de maanden maart en mei) gearresteerd en door de Iraanse autoriteiten overgebracht naar de Evin-gevangenis in Teheran. Zij vormden een groep die zich ‘de vrienden in Iran’ noemde en die de activiteiten van de bahá'í-gemeenschap in Iran coördineerde.
De beschuldiging van spionage voor Israël wordt al tientallen jaren tegen de bahá'ís gebruikt. Het internationale centrum van de bahá'ís is gevestigd in Israël. Dit was een rechtstreeks gevolg van het feit dat de stichter van het Bahá'í-geloof, Bahá'u'lláh, vanuit Iran werd verbannen naar een gevangenis in Akka, dat dicht bij Haifa ligt. Dat gebeurde in 1868, tachtig jaar voor de staat Israël werd opgericht.
Ook de andere beschuldigingen tegen de zeven bahá'ís zijn feitelijk onjuist. Bahá'ís hebben wereldwijd in 180 landen gemeenschappen, die een vredelievend en opbouwend karakter hebben en die niet uit zijn op het hebben van macht. Daarnaast gaan zij in een geest van vriendschap om met volgelingen van alle religies in de wereld.
De wereldwijde bahá'í-gemeenschap is ernstig verontrust over de aanklacht tegen de zeven bahá'ís. Internationaal is bij diverse regeringen aangedrongen op maatregelen en protest. De Nationale Geestelijke Raad, die de bahá'ís in Nederland vertegenwoordigt, heeft de autoriteiten in ons land direct op de hoogte gesteld van de recente ontwikkelingen.
Den Haag, 19 oktober 2009
Voor meer informatie:
Telefoon: 070 355 4017, e-mail: beb@bahai.nl
Contactpersoon: Marga Martens
Internet: http://www.bahai.nl en http://www.bahai.org/
vrijdag 17 juli 2009
British Baha'is meet with Prime Minister Brown on Iran concerns
LONDON — British Prime Minister Gordon Brown met this week with members of the U.K. Baha'i community and underlined his government's concern over the seven Baha'i leaders being detained in Iran.
Mr. Lembit Opik, chair of the All-Party Parliamentary Friends of the Baha'is group, accompanied three Baha'i representatives to the meeting, held yesterday at the prime minister's office in the Houses of Parliament.
One of the Baha'is, Mrs. Bahar Tahzib - originally from Iran but now living in England - shared with Mr. Brown her first-hand experience of religious persecution. Her father was executed in Iran in June 1980 for being a Baha'i, and her uncle, Mr. Jamaloddin Khanjani, is one the seven Baha'i leaders arrested in the spring of 2008 and jailed since then in Evin prison in Tehran.
Charges against the seven have been reported in government-controlled mass media as "espionage for Israel, insulting religious sanctities, and propaganda against the Islamic republic" - accusations the Baha'i International Community categorically denies. No formal charges have been filed, however, and the seven Baha'is have had no access to attorneys.
Families of the prisoners had been informed that there would be a trial this past week, but now the families reportedly have been told there is a delay. No new trial date has been given.
Before their arrest, the prisoners were members of an informal committee looking after the affairs of Iran's 300,000-member Baha'i community, the country's largest non-Muslim religious minority. At least 30 Baha'is are currently being held in Iranian prisons because of their religion.
"I was very touched by the prime minister's genuine expressions of sympathy and concern," Mrs. Tahzib said after yesterday's meeting with Mr. Brown.
"My uncle is 75 years old, and he is being kept in unsuitable conditions for more than a year," Mrs. Tahzib said she told the prime minister. "This is clearly a cause of great concern for the family, and their wish is for a fair trial."
Mr. Opik noted that recent events in Iran have shown the world the methods - including manipulating the judiciary process - that the Iranian government uses to impose its will.
"The examples of the case of Roxana Saberi, the protesters picked up on the streets, in their homes and hospital beds, and the arrests of foreign and domestic journalists, among others, illustrate a pattern of arbitrary arrest, coercion, false confessions, baseless charges, and summary judgments," he said.
The other Baha'is who met with Prime Minister Brown were Dr. Kishan Manocha, secretary of the National Spiritual Assembly of the Baha'is of the United Kingdom, and Mr. Barney Leith, director of diplomatic relations for the U.K. Baha'i community.
From: http://news.bahai.org/story/724 dated 16 july 2009
maandag 13 juli 2009
Trial for seven Baha'i leaders reportedly delayed
Held for more than a year, the seven were reportedly to have been tried on Saturday, although this information, too, was based on oral reports from officials, and such reports have often been unreliable in the past.
The seven were arrested in the spring of 2008 and have been held more than a year without formal charges or access to their attorneys. Official Iranian news reports have said the Baha'is will be accused of "espionage for Israel, insulting religious sanctities and propaganda against the Islamic Republic."
The seven are Mrs. Fariba Kamalabadi, Mr. Jamaloddin Khanjani, Mr. Afif Naeimi, Mr. Saeid Rezaie, Mrs. Mahvash Sabet, Mr. Behrouz Tavakkoli, and Mr. Vahid Tizfahm. All but one of the group were arrested on 14 May 2008 at their homes in Tehran. Mrs. Sabet was arrested on 5 March 2008 while in Mashhad.
The Baha'i International Community has repeatedly said that the seven are being held solely because of their religious beliefs, calling for their immediate release.
Such appeals for the release of the seven have been echoed by governments and human rights groups around the world. On Friday, Amnesty International issued a press release calling on Iranian authorities to release the seven. On Thursday, the United States Commission on International Religious Freedom, responding to a letter from Roxana Saberi, the Iranian-American journalist who spent almost four months in an Iranian cell, likewise urged the release of the seven. Also on Thursday, European Parliament member Angelika Beer, speaking on behalf of the Parliament's delegation for Iran, called for the release of the seven, or, at the least, urged that any trial be free, fair and open.
From: http://news.bahai.org/story/723 dated 13th july 2009
donderdag 2 juli 2009
[NL] PROCES VALSBESCHULDIGDE IRAANSE BAHA’I LEIDERS START OP 11 JULI 2009
PERSBERICHT
PROCES VALSBESCHULDIGDE IRAANSE BAHA’I LEIDERS START OP 11 JULI 2009
Het proces tegen de zeven bahá'ís, die al meer dan een jaar gevangen zitten, start op 11 juli 2009. Dit is door autoriteiten van de Evin gevangenis in Teheran (Iran) mondeling aan familieleden medegedeeld. Aangezien informatie over het juridisch proces vaak onbetrouwbaar is gebleken, is het mogelijk dat de Iraanse autoriteiten de procesdatum veranderen.
De zeven bahá'ís werden in de lente van 2008 gearresteerd en zijn sindsdien vastgehouden zonder een formele aanklacht en zonder dat hun advocaten toegang tot hen hadden. Officiële Iraanse nieuwsbronnen hebben gemeld dat zij zullen worden beschuldigd van “spionage voor Israël, heiligschennis en propaganda tegen de Islamitische Republiek.”
Het proces is gepland in Afdeling 28 van het Revolutionaire Hof. Hier werd ook de Amerikaans-Iraanse journaliste Roxana Saberi onlangs beschuldigd van spionage en veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf. Zij werd uiteindelijk vrijgelaten, na een fel internationaal protest tegen het politiseren van de zaak en schrijnend incorrecte wettelijke procedures.
"Deze zeven mensen zijn volledig vals beschuldigd," zegt Bani Dugal, hoofdvertegenwoordiger van de Bahá'í International Community bij de Verenigde Naties. "Evenals ongeveer dertig andere bahá'ís die in Iraanse gevangenissen zitten, zijn zij onschuldig aan welke onrechtmatige daad ook en worden zij enkel en alleen omwille van hun geloof vastgehouden."
Voor het volledige artikel zie http://news.bahai.org/story/719
Den Haag, 2 juli 2009
Voor meer informatie:
Nationaal Bahá’í Centrum,
Riouwstraat 27
2585 GR Den Haag
Telefoon: 070 355 4017
E-mail: beb(a)bahai.nl
Contactpersoon: Marga Martens
Internet: http://www.bahai.nl en http://www.bahai.org/persecution/iran